Ieder zijn vak

🏋️‍♀️ weekbreak 🏋️‍♀️
Na al die weken wandelen, golfen, wiiën en online sporten is het eindelijk zover: ik heb me ingeschreven voor mijn vertrouwde lesje circuittraining-met-buikspierkwartier op de parkeerplaats van de sportschool. Veel te vroeg sta ik al langs het afzetlint te popelen. De sportschool heeft het prima voor elkaar: alle oefeningen liggen op ruime afstand van elkaar klaar en overal staat een mandje met spuitfles en doekje bij. Ik heb er zin in! 

We beginnen met een onverwachte warming-up: even een paar keer de parkeerplaats heen en weer met knieën-op en hakken-billen. Daarna de zijwaartse huppel. Moeilijk! De zijkant van mijn sportschoen blijft tegen de stenen hangen en tergend langzaam stuiter ik met mijn heup op de parkeerplaats terwijl ik met mijn rechter handpalm over het wegdek schraap. Iew! Een behulpzame co-instructeur biedt mij een uitgestoken hand maar in dit tijdperk deins ik daar subiet voor terug. Wanneer blijkt dat ik mijn hand flink heb opengehaald en een lap pleister nodig heb, móet ik mijn anderhalve meter wel openstellen.

Het trainen zelf valt uiteindelijk behoorlijk tegen: na elke minuut inspanning je gereedschap schoonmaken voordat je naar de volgende oefening mag, haalt je aardig uit je ritme. Ik heb daardoor niet het gevoel dat ik echt wat heb gedaan. De volgende dagen wordt echter het tegendeel bewezen: ik voel me als door een bus overreden, zowel vanwege de oefeningen als door de dreun op mijn heup en mijn zere hand. De vellen die aan mijn handpalm hingen heb ik inmiddels door een koelbloedige huisgenoot deskundig laten afknippen en ik ben nu al dagen bezig met wondverzorging. Ik heb nog geen corona en ik wil ook geen tetanus.

Na de sportschool mocht ik deze week ook nog naar de kapper! Na een immense wachttijd en een serieuze vragenlijst over mijn gezondheid (hoe zou het met die van de kapper zijn?) had ik dan toch eindelijk een afspraak. Op het laatste moment bekroop mij nog even een onaangenaam gevoel; moet ik mijzelf eigenlijk beschermen tegen de kapper? Zou het nu toch tijd worden voor mijn eerste zelfgekochte mondkapje? Last minute frommel ik er nog snel eentje in mijn handtas.

Met mijn gehavende hand losjes op het stuur fiets ik naar de kapper, stap onhandig af en zie de bartafel met de megafles desinfecterende alcohol al buiten staan. Heel coöperatief pomp ik een klodder in mijn rechter handpalm en ga volledig door het dak van de bijtende pijn. Laten we het zo zeggen: de komende jaren heb ik geen tetanus!

Uiteindelijk zat ik volledig ontspannen bij mijn kapster. De werkplekken waren keurig gescheiden en schoongemaakt en in alle vertrouwen gaf ik me over aan haar bekwame handen. Wat is knippen en kleuren toch een vak apart. Sinds ik man en kind gedurende de quarantaine zelf heb geknipt heb ik nog meer bewondering voor het kappersvak gekregen.

Zonder mondkapje en binnen de anderhalve meter hadden we heel wat bij te praten. Bijvoorbeeld over dat ik precies die ochtend in de krant een groot artikel over haar man had gelezen. Deze engineer heeft samen met zijn collega een corona-stoplicht ontwikkeld: een op afstand bedienbaar stoplicht dat winkeliers buiten kunnen neerzetten om aan te geven of de klant binnen welkom is of nog even moet wachten. Dat is nog eens een praktische oplossing voor de onduidelijke situatie die ik al een paar keer heb meegemaakt. Want als er even geen personeelslid bij de deur staat, mag je dan wel of niet zomaar doorlopen? 

Ons geanimeerde gesprek werd overstemd door een steeds luider feestgedruis. Op het grasveld tussen de kapsalon en het gezinsvervangende tehuis er tegenover was een enorme geluidsinstallatie opgebouwd en een enthousiaste zanger in een knalrode jas zong onder de brandende zon de longen uit zijn lijf voor tientallen strategisch opgestelde bewoners. Samen met mijn kapster stond ik, in mijn cape en met folie beplakt, voor het raam mee te genieten van ‘kedeng kedeng’ en ‘als de morgen is gekomen’. Wat een feest wist die man te creëren. En wat heerlijk voor de bewoners dat ze op zo’n verzetje werden getrakteerd. 

Ik waardeer het ongelofelijk dat iedereen zo zijn steentje bijdraagt aan een leefbare samenleving: de sportschool, de kapper, de zanger en het tehuis. En ik? Ik schrijf erover.

Later die middag kwam zoonlief frisgekapt terug van dezelfde kapsalon. Hij bracht de complimenten over van zijn kapper. Die heeft inmiddels heel wat verwoeste coronakapsels gezien, maar zoon zag er volgens hem nog prima uit. Toch wel een beetje trots op mijn kniptechniek! 

☀️💛 Blijf lief, lachen en gezond 💛

Ieder zijn vak
Schuiven naar boven