Dys.byte.sie

⚡ weekbreak ⚡

Gister sloeg het besef ineens als een bliksemslag in. Vielen alle ergernissen als puzzelstukjes in elkaar. Werd het me ineens duidelijk. Ik heb dysbytesie. Dys.byte.sie.

Ik was een boek aan het lezen waarin de hoofdpersoon memoreerde dat sommigen van zijn vrienden dyslexie hebben en dus niet zo goed zijn met woorden. En andere vrienden hebben dyscalculie, die zijn niet goed met getallen. Maar zolang ze dat van elkaar weten en elkaar daarin een beetje ontzien en helpen is er niets aan de hand.

Ineens ontvouwde zich bij mij een geheel nieuw inzicht: ik ben geen digibeet, datafoob of ICT-spast. Ik ben gewoon niet zo goed met onzichtbare en digitale technieken. Ik heb dys.byte.sie. 

Is dat niet een beetje raar voor iemand die de hts heeft gedaan? Die zich techniekschrijver noemt? Nee, niet raar, wel onhandig. Want ik ben goed in teksten over mechanische techniek die je kan zien, voelen, horen en ruiken: een fabriek vol lopende banden, auto’s en vrachtauto’s, de geur van werkplaats. Techniek die ik kan snappen. Dat daar af en toe een stekker aan zit is tot daar aan toe. Maar wanneer techniek verschuift van zichtbaar naar onzichtbaar haak ik stilletjes af. 

Toch ben ik gek op mijn Apple-devices. Dagenlang zit ik achter mijn draadloze computer met mijn draadloze muis te werken – soms met mijn draadloze oortjes in. Mijn iPhone is onmisbaar. Ons huis zit vol domotica: ik kan met mijn telefoon dingen als de fontein, de achterdeur, de afzuiginstallatie en eventueel de tv bedienen. Tv-kijken doen wij middels een projector, een kastje, een versterker en 2 afstandsbedieningen. Kortom: wat dat betreft ga ik helemaal mee in de vaart der volkeren. Maar ik ben een pure gebruiker. Zolang het werkt, werkt het. Gaat er iets mis: catastrophe! En dit was zo’n week.

Mijn moedertje bijvoorbeeld houdt zich dapper staande. Ze kan inmiddels met ons videobellen maar haar mobieltje vertoont kuren. Het breekt gesprekken genadeloos af en geeft oproepen soms gewoon niet door. Omdat haar vaste lijn ook vaak ‘dood’ is (leve de werkzaamheden in Hilversum) krijgt ze een ‘oude’ telefoon van ons. We moeten alleen even haar model 5 vervangen door een 6S. En dat kan ik dus niet. 

Op tweede paasdag rijden we daarom onder de noemer Mantelzorg naar haar toe, schuifelen we met 1,5 meter om elkaar heen en raken zo min mogelijk aan. Manlief goochelt succesvol met de twee telefoons, simkaarten, een laptop en kabeltjes – dat kan hij goed. Ondertussen schrik ik van de nieuwe zak medicijnen die haar apotheek onverwacht is komen brengen. Aan de hand van mijn eigen handleiding schep ik orde in de medicijnenhoop – daar ben ik dan weer goed in. Terwijl we op 1,5 meter afstand van alles proberen uit te leggen herken ik hoe ongrijpbaar moeilijk dit allemaal voor haar is. Ik baal ervan dat dit deel van de techniek, een telefoon vervangen, absoluut niet aan mij besteed is. Manlief noemt dat desinteresse, voor mij gaat dat richting divergerende paniek.

Ander voorbeeld: ik ga koken op onze inductieplaat en een wegglijdende vochtige houten spatel krijgt het voor elkaar om de kookplaat op slot te zetten. Het enige wat nog lukt is de gehele plaat uitzetten met de powerknop waardoor alle pannen stilvallen. En wat ik verder ook probeer: het slotje gaat niet meer open. Vingerafdruk groot, klein, boven, onder, snel, langzaam. Volgens de handleiding die ik erbij heb gepakt doe ik alles goed, maar de kookplaat reageert niet op mij. Wel op manlief, die ik erbij heb geroepen. Hij legt één vinger op het slotje en meteen springt de kookplaat aan. Frust.

Dinsdagochtend: paniek in de tent. Iedereen zit klaar om aan zijn taken te beginnen maar we hebben geen internet. Of wifi. Of 4G, daar wil ik van af wezen. Ik snap alleen dat het één beduidend veel meer kost dan het ander. En dat het één dus wel werkt en het ander niet. En ik snap dus echt niet dat zoon niet virtueel naar school kan terwijl dochter wel filmpjes op haar telefoon zit te kijken en papa roept dat niets werkt? Het heeft blijkbaar te maken met een stroomstoring en routers en switches en splitters en kabels. En dat kan je me dan 100x uitleggen, steeds luider, ik snáp het gewoon niet. Dysbytesie. Gelukkig snapt manlief het allemaal wel en hebben we nu tijdelijk een dikke witte kabel liggen, vanuit de meterkast door de gang, over de trap, over de overloop, de werkkamer in. En werkt alles weer naar behoren.

Aan het einde van de dag krijg ik een emotioneel appje van mijn zus. Ook zij heeft dysbytesie en een verschrikkelijke werkdag gehad (“Iedereen lijkt er zo makkelijk mee om te kunnen gaan en ik ben totaal onthand als alles anders is”, “Allemaal migraties waardoor niets het meer doet en ik van Amsterdam naar Hilversum moest om ICT de hele middag lastig te vallen. Maar dat is ook moeilijk afstand houden. Met handschoentjes en desinfect mijn best gedaan.”)

Na wat troostende woorden ben ik even klaar met onze digitale samenleving en zak ik onderuit op de bank om nog even lekker ontspannen tv te kijken. En wat denk je? De afstandsbediening kan nog maar één ding uitbrengen: ‘Cannot communicate with brain!’

Tsja, daar heb ik dus ook soms last van. Maar voortaan noem ik dat gewoon dysbytesie. 
En zolang we aardig blijven tegen elkaar en elkaar een beetje helpen komen we er wel uit.

☀️💛 Blijf lief, lachen en gezond 💛☀️

#dysbytesie #ordenen #mantelzorg #1,5meter #houvol

Dys.byte.sie
Schuiven naar boven