Wat is gevaarlijker: Corona of een tas vol universele handleidingen?

Geheel onverwacht moest ik deze week drie handleidingen voor het inhaleren van longmedicijnen herschrijven en samenbrengen tot één specifieke handleiding. Het was een soort noodgeval, waarin pijnlijk duidelijk werd dat méér informatie niet altijd beter is. 

Mijn conclusie krijg je hierbij alvast. Een bruikbare handleiding is:
✅ Nederlandstalig
✅ Consequent in terminologie
✅ Maatwerk
✅ Idiootbestendig (liever nog: oma-bestendig)

Wat was het geval?

Mijn moedertje is bijna 84 en COPD-patiënte. Ze is dus heel erg benauwd. Dankzij een zorgvuldige balans tussen medicijnen en beweging weten haar huisarts, longverpleegkundige en fysiotherapeut haar situatie al een aantal jaar stabiel op acceptabel te houden. Totdat de medepatiënten in haar fitnessgroepje ontdekken dat ze wel erg ouderwetse medicijnen krijgt tegen haar benauwdheid. Lang verhaal kort: op het moment dat iedereen nog een beetje lacherig over Corona deed hadden wij een gesprek bij de longarts in het ziekenhuis. Als ze dan per se meer lucht wilde, had hij inderdaad betere medicijnen voor haar. De termen vlogen hierbij door de lucht en uiteindelijk mocht ze op een kaart aanwijzen welke manier van toedienen ze prefereerde. Alsof je zonder enige kennis een gerecht kiest uit een menukaart in het Chinees! 

Tamelijk overdonderd melden we ons daarna bij de afsprakenbalie voor het vervolgtraject: een longfunctietest, een scan en een uitleg van de nieuwe medicijnen door de longverpleegkundige. Aha – stop – ze heeft gelukkig al een lieve longverpleegkundige, op loopafstand. Maar dat telt dus niet. Ze moet beslist naar een longverpleegkundige van het ziekenhuis komen. Met mijn tenen krom in mijn schoenen en een fake smile op mijn gezicht plannen we een dag vol afspraken in twee verschillende ziekenhuizen.

De nieuwe medicijnen kan moeder alvast ophalen bij haar eigen apotheek. Ze worden op veilige afstand op het tafeltje voor de balie geplaatst, zonder uitleg maar met een hoop papieren. De ziekenhuisverpleegkundige zal haar immers gaan uitleggen hoe het werkt. 

En dan slaat het Corona-virus serieus toe. Daags voor onze medische dagtocht worden al onze afspraken in het ziekenhuis afgezegd. Er wordt geen zorg meer verleend en mijn moeder blijft zitten met een tas vol onbekende medicijnen en papieren. Haar oude medicijnrecept is inmiddels voortvarend geannuleerd. De huisarts onbereikbaar. Ze krijgt het er benauwd van.

Onze hoop is gevestigd op haar eigen longverpleegkundige, maar in haar praktijk is inmiddels Corona vastgesteld en er mag geen patiënt meer in of verpleegkundige uit. Ze kan mijn benauwde moedertje alleen telefonisch te woord staan, maar dat is in deze situatie geen optie.

Dus rij ik donderdagmiddag, geheel tegen de onthoudingsregels in, 22 kilometer om haar te helpen de tas met medicijnen te doorgronden. Mijn nuchtere aanpak en technische achtergrond geven ons beiden vertrouwen. Ik. Kan. Dit.

Geconcentreerd pak ik de tas uit en maak 3 stapels: medicijn 1, medicijn 2, Airchamber. Van de stapel papieren niet ik aan elkaar wat bij elkaar hoort en langzaam begint zich een patroon te ontvouwen. Alles van medicijn 1 markeer ik met gele stift: de verpakking, de bijsluiter, de verstuiver, de algemene handleiding, de algemene gegevens en de specifieke gegevens voor mijn moeder. Dit medicijn noemen we ‘Vast’. Medicijn 2 noemen we ‘Nood’ en daarvan markeer ik de verpakking, de bijsluiter, de verstuiver, de algemene handleiding, de algemene gegevens en de specifieke gegevens voor mijn moeder met een paarse stift. Stapel 3 is voor de Airchamber, een hulpstuk met weer een eigen handleiding vol plaatjes en teksten met denkbeeldige verstuivers. Het is veel te veel informatie. En helemaal als je bedenkt dat het hulpstuk afwisselend bij verstuiver 1 en 2 moet worden gebruikt. Alle mooie plaatjes ten spijt, geen enkele handleiding correspondeert met de situatie van mijn moeder. Wat ik wel voor haar kan doen is bij beide medicijnen de verstuivers alvast voor gebruik klaarzetten en de eerste pufjes laten ontsnappen.

Ik zie de paniek in haar ogen. Ik hoor haar ademhaling raspen. Ik besluit dat het toegestaan is om met medicijn ‘Nood’ te oefenen. 

Heel langzaam leg ik haar stapje voor stapje uit hoe het werkt en tegelijkertijd schrijf ik mee om een eigen handleiding te maken. Schudden, grijze dopje eraf, verstuiver in de Airchamber steken (wat is de voor- of achterkant?), pufje indrukken (jemig, dat gaat haar kracht bijna te boven), in kamer ademen (nee, niet in de wóónkamer, in de lùchtkamer. Let op de terminologie, zullen we hem dan maar ‘buis’ noemen?), grijze dopje erop, klaar. 
De verstuiver van medicijn ‘Vast’ ziet er heel anders uit en doseert anders, maar moet toch in dezelfde buis worden gebruikt. Ook deze oefenen we langzaam, zonder medicijn, en ik schrijf zo duidelijk mogelijk mee.

Tegen de tijd dat we ook voor ‘Vast’ het verhaal helemaal hebben uitgeschreven is de paniek verdwenen en het gerasp voorbij. Met een gerust hart laat ik haar achter.

De volgende dag bel ik haar op om te vragen of het gelukt is en ik schrik van haar verdriet. Het was zelfs totaal mislukt. Ze kreeg de verstuiver niet in de buis. En de ring schoot los. En de wolk medicijn verdween zomaar in de woonkamer. Gelukkig had ze wel het besef om de tweede dosis maar gewoon direct uit de verstuiver te happen. Ik beloof haar om zaterdagochtend vroeg langs te komen, ondanks de oprukkende Corona. Ik kan haar toch niet laten stikken?

Het is triest om te zien hoe iemands zelfvertrouwen zo snel wordt ondermijnd. Eenmaal daar blijkt dat ze het allemaal goed had gedaan, alleen had dat blauwe dopje van het mondstuk eerst dicht moeten zitten. Oké, ergens in mijn handleiding ontbreekt dus: ‘Doe eerst het blauwe dopje op de buis dicht’. Iets wat voor ons logisch lijkt, hoeft dat niet te zijn voor een benauwde vrouw in paniek. Maar toen was het leed al geleden en het medicijn ontsnapt. 

Ik besluit om de hele handleiding te herschrijven. Er moeten meer aanknopingspunten in. Samen oefenen we met de nieuwe handleiding en ze krijgt zowaar de juiste hoeveelheid ‘Vast’ binnen. Dit kan nu niet meer mislukken.

Als ik haar de volgende middag, op zondag, toch aan de telefoon heb, vraag ik quasi overbodig hoe het vandaag ging. Mijn hart breekt van haar verdriet. Ze had het eigenlijk niet willen vertellen maar Ze. Kan. Het. Niet. Nu wilde medicijn ‘Nood’ niet in het verlengde van de buis blijven, hij bleef maar omhoog steken. “Och mama, dat klopt ook. ‘Nood’ hoort er haaks op te staan. Ze zijn verschillend.” Gelukkig had ze dit medicijn daarna ook maar rechtstreeks uit de verstuiver gelurkt. Ik hoorde de opluchting in haar stem, het klopte dus dat het niet klopte. Het lag niet aan haar. Rustig nemen we de hele procedure nog eens telefonisch door. 

Maandagochtend had ik al vroeg een vrolijke voicemail:
“Nou, het is gelukt hoor en het was zo klaar, want nu wist ik precies hoe het ging!” Ik kon een vette grijns niet onderdrukken. Missie geslaagd!

Mijn moeder kan nu weer opgelucht ademhalen. Maar ik blijf me toch afvragen “Wat is gevaarlijker: Corona of een tas vol universele handleidingen?”

Wat is gevaarlijker: Corona of een tas vol universele handleidingen?
Schuiven naar boven