Een beter milieu begint bij jezelf

Dochter gaat binnenkort terug van Den Haag naar Maastricht, waar ze in een studentenhuis nog een klein kamertje heeft. Met een immens bed. Een Ikea-bed dat zo’n beetje de hele kamer domineert met hoge schotten aan drie zijden, een onderschuifbed dat niet meer schuift, lattenbodemplankjes die spontaan loslaten en niet te vergeten: met smerige, loodzware matrassen die hun beste tijd allang hebben gehad. Ooit leek het een goede overname maar nu moet dat bed er echt uit. Er komt Haagse chic voor in de plaats.

Op weer zo’n saaie lockdown-dag rijden echtgenoot en ik naar het zonnige zuiden, iets anders is er nu toch nauwelijks te doen. We halen in alle vroegte ergens in de binnenstad van Maastricht de sleutels van de inmiddels vertrokken onderhuurster af en gaan daarmee naar het studentenhuis. Van de 7 bewoners is er werkelijk niemand thuis dus we kunnen lekker onze gang gaan. Het kamertje ziet er keurig uit, het bed staat er nog even kolossaal bij. We halen even diep adem en beginnen dan aan een heftige work-out.

Laden eruit wrikken en twee steile trappen omlaag brengen. De hal staat vol fietsen en als we die een beetje inschikken is daar net genoeg plek om de bed-delen te stallen. Trappen weer op. De gore loodzware matrassen zijn nauwelijks te tillen. Plankjes van de lattenbodems rukken. Ombouw losschroeven. Bodemframe uit elkaar, rails eraf bikken. De hoge schotten losbeuken. En steeds maar weer die trappen op en af.

Willem staat geduldig voor de deur te wachten en al snel is onze grote trouwe elektrische auto tot de nok toe afgeladen vol. Vier panelen moeten helaas achterblijven maar verder zijn we klaar om naar de plaatselijke vuilstort te rijden. Wanneer ik beneden kom met de laatste boutjes, moertjes en nippeltjes staat de echtgenoot net te praten met een bewonderaar van onze ID4. De man heeft zelf een ID3 en een autorijschool dus aan gespreksstof geen gebrek. Toen we op het onderwerp uitwonende studerende kinderen en verhuizingen kwamen greep ik mijn kans om hem te vragen waar hier de dichtstbijzijnde vuilstort is. Vriendelijk legde hij uit waar we het best heen konden gaan omdat ze daar het aardigst zijn, maar halverwege zijn verhaal stokte hij. We hadden toch wel een milieupasje?

Een milieupasje? Nee, dat is nieuw voor ons. Maar misschien zou ik het met mijn glimlach en een goed verhaal redden? Hij knikte hoopvol en we gingen op pad. Met mijn stoel in de voorste stand – knieën tegen mijn oren en de neus gevaarlijk dicht tegen de airbag – reden we de stad uit. Het was druk bij de stort. Er stond een lange slingerende file tot aan het loket waar iedereen zich moest melden. Ik stapte uit de auto, liep naar het loket en wenste de portier met mijn allervriendelijkste glimlach een goede morgen. “Pasje” antwoordde hij.

Lang verhaal kort: nee. Nee. Neen. Wegwezen. Met een haakse bocht voor de slagboom langs druipen we af met een bomvolle auto, terug naar het studentenhuis. Wat nu? De milieupas online aanvragen duurt minimaal 3 werkdagen dus dat is geen optie. Terwijl dochter haar huisgenootjes appt over een milieupas doorzoek ik het verlaten studentenhuis. Ik kijk tevergeefs in brievenbussen, in de meterkast, bij het oud papier, in de ‘fruitschaal’, aan het prikbord, op de cv-ketel, onder de magnetron, achter de wifi-router. De echtgenoot is ondertussen de straat ingelopen en belt lukraak bij vreemden aan. Bij het vierde huis heeft hij geluk: hij kan een milieupasje lenen. We zijn gered!

Wederom reis ik met mijn neus tegen de airbag naar de stort. De file is nu nóg langer geworden en na een halfuur wachten sta ik eindelijk weer voor het loket. De man snauwt weer “Pasje” en triomfantelijk (maar met hartkloppingen) haal ik het pasje door de lezer. “Wat komt u brengen”, of zoiets, klinkt het in het Maastrichts. “Een bed,” zeg ik in ABN. De man zucht. Nee; wat ik in de auto heb? “Een bed,” zeg ik opnieuw. “Hout en matrassen” verduidelijk ik. Dat snapt de man. Oprijden tot de slagboom en dan meteen rechts, daar zijn de matrassen en daarna hier terugkomen met het pasje. Pardon???? Heb je die rij gezien??? Maar ik ben allang blij dat we het terrein op mogen en sprint verdwaasd weg.

We moeten oprijden tot de slagboom en daar opnieuw de pas presenteren. Uiteindelijk gaat de boom open en kunnen we naar het pleintje rechts. Daar zien we al snel de verzamelbak voor matrassen. En een andere voor hout. We slepen de matrassen met onze laatste krachten naar buiten en slingeren ze een soort van op de stapel. Daarna kijken we verlangend naar de container voor hout. Hoezo moeten we nu eerst weer terug van het terrein af, de file weer in om het pasje nogmaals te presenteren? Er loopt een recycling-medewerker die ik om uitleg vraag, maar helaas praat hij noch Maastrichts, noch ABN, noch Engels. Het enige dat hij zegt is “hout” terwijl hij knikt en wijst. We kijken elkaar aan. We hebben het helemaal gehad, zijn moe en ‘überfragt’ zoals dat in het Duits zo prachtig heet. We kijken elkaar nog een keer aan en als de man zich even omdraait storten we ons hout snel in de houtcontainer. We zijn er helemaal klaar mee.

Zo, de auto is leeg en we kunnen van het pleintje af. Nu nog voor wat ijzeren strips naar de metaalcontainer aan de overkant. Weer langs een slagboom. Weer het pasje presenteren. En dan verschijnt het ineens op het display.

40 euro betalen. Onthutst staren we naar het scherm. Hoe dan? Waarom? En waarom 40? Er komt een medewerker bij, die niet meer zegt dan dat het zo is. Dat ís gewoon zo. En de man houdt vol: 40 euro. Er volgt een lange discussie over hout en gestort en auto vol. “En twee matrassen” vul ik aan. Dat is voor de man het eureka-moment. Ahhh, matrassen, dat verklaart alles. Nou, nog steeds niet voor ons maar we willen weg en betalen die 40 euro maar. Ik bijt de man kinderachtig toe dat we de matrassen de volgende keer beter in het bos kunnen gooien. Hij kijkt eerst even naar mij, dan naar Willem en zegt dan uiterst kalm: “Dat zou met zo’n auto toch niet nodig moeten zijn.”

Pas aan het eind van de middag, als ik heb gegeten en ben gekalmeerd, begint het me te dagen wat er is gebeurd. Al die slagbomen waren in feite weegbruggen. En op de milieupas is bij entree geregistreerd dat we matrassen kwamen brengen. Wij waren zo onnozel dat we ook meteen het hout hebben gelost, maar daarvoor hebben we dus wel de hoofdprijs moeten betalen: 60 kilo hout voor de recycleprijs van matrassen. Waarom heeft niemand van het personeel ons dat ter plekke duidelijk kunnen maken? Of is dat gewoon té logisch in Limburg? Karma it is. Mijn vader zaliger zei altijd al: “Verlies moet je snel nemen” en dus rijden we weer terug naar het studentenhuis, leveren de geleende milieupas in bij de buren en laden de laatste vier panelen in de auto. Die brengen we morgen wel naar onze eigen stort. Zonder file. Zonder milieupasje. Zonder weegbruggen. Zonder willekeurig bijbetalen. Maar met altijd vrolijke medewerkers!

Een beter milieu begint bij jezelf
Schuiven naar boven