Elektrificatie

Een beetje een donkere foto dit keer, maar het gaat om het kaarsje. Ik hou van kaarsjes. Dat gezellig flikkerende licht, de warmte die ervan af komt. Ik hou zelfs van de geur, of het nu geparfumeerd is of pure brandlucht. Heel lang geleden zei iemand eens tegen mij: “Wist jij dat er mensen zijn die voor de gezelligheid zomaar een kaarsje aansteken? Zelfs als ze helemaal alleen thuis zijn?” Die persoon had dat zojuist in een bedrijfstraining gehoord en was verbijsterd. En ik? Ik hield vol ongeloof mijn mond. Meende ze dat? Ik steek vrijwel elke donkere avond thuis een kaarsje aan, júist als ik alleen ben.

Ook in elke kerk brand ik een kaarsje. Ik ben niet bijster gelovig, maar in binnen- en buitenland herdenk ik steevast onze overleden familie, vrienden en kennissen met een kaarsje. Alsof ik weer even hun warmte wil voelen. Weer even contact maken. Van Helsinki tot Lourdes, van Maastricht tot Middelburg, overal laat ik lichtpuntjes voor ze achter. Mijn gezin weet inmiddels niet beter; ik gooi een klinkende munt in de daartoe bestemde box, kies een elegante kaars of een stoer waxinelichtje en zoek vervolgens de ideale plek om mijn zielen te herdenken. In opperste concentratie steek ik de lont aan, zie wat vonkjes opspatten en wacht tot de parafine smelt. Zodra de vlam stabiel brandt is het goed. Helemaal zen.

Wreed was dan ook het moment waarop ik geconfronteerd werd met een elektrische kaars. Het was vast op het kinderdagverblijf dat ik ze voor het eerst zag: led-waxinekaarsjes met een schakelaartje aan de onderkant. Heel veilig natuurlijk, met al die kindjes, maar sfeer nul. En daarna zag ik ze zelfs in de kerken. Met als ultiem dieptepunt de voorgeprogrammeerde lampjes. Voor een klein bedrag mag je een lampje in een houder plaatsen, dat na een half uurtje vanzelf stopt met branden. Game over en iemand anders kan hetzelfde lampje weer tot leven wekken. Extreem veilig en duurzaam natuurlijk, maar de charme van het warme geurige licht uit het langzaam opbrandende kaarsje wordt zo wel om zeep geholpen. Toch heb ik ze inmiddels thuis ook, die nepperds. Omdat ze zonder toezicht tot diep in de nacht bij de foto van mijn vader kunnen ‘branden’. En omdat zo’n klein lichtpitje verstopt tussen de planten toch wel erg leuk staat. Vooruitgang hou je niet tegen.

Zo zijn er meer ‘dingen’ die mechanisch prima functioneerden maar toch geëlektrificeerd werden. Over de zin ervan valt te twisten, maar met het spookbeeld van de uit de pan rijzende energieprijzen begin ik me toch af te vragen of we niet her en der wat doorschieten. Het begint al ’s ochtends vroeg met de wekker. Vroeger had ik zo’n mooie mechanische opwindwekker. Je hoefde alleen maar te zorgen dat de veer gespannen bleef en hij liep als een zonnetje. Mijn huidige wekker zit aan een stroomdraadje.

Opstaan, tandenpoetsen. Er is niets mis met die borstel met de hand krachtig doch voorzichtig heen en weer bewegen langs de tandjes. En voor mijn beugel is dat zelfs beter. Toch staat mijn favoriete tandenborstel op een oplader. De oplader staat gebroederlijk naast de oplader van het horloge van echtgenoot. Terwijl heel eenvoudige horloges – maar ook juist de heel erg dure – met de hand mechanisch worden opgedraaid, heeft dit exemplaar stroom nodig.

Onderaan de trap wacht een kattenbak waar het grind aan alle kanten is uitgelopen. Een stoffer en blik zouden prima volstaan. Toch pak ik de elektrische kruimeldief van de lader. Ik kijk de tuin in en hoor in de verte een bladblazer loeien. Ik hoop maar dat het de gemeentemannen zijn en niet iemand die zijn achtertuintje wegblaast. Pak een hark en wat lichaamsbeweging zou ik willen zeggen. En denk eens aan de fiets: een prima ding dat je volledig met je eigen spieren in beweging kunt zetten. Gratis en voor niets. Maar de mens wil makkelijker, sneller en verder en nu is de opmars van de elektrische fiets niet te stuiten.

Begrijp me goed, ik ben heel erg voor elektrische straatverlichting, elektrische treinen en computers als vervanging van gaslantaarns, stoomlocs en telramen. Maar soms slaan we gewoon een beetje door, toch? En ik denk dat het best duurzaam is om daar even bij stil te staan. Ik ga vanavond in bed nog even heerlijk liggen lezen. Niet in een bladerboek, maar in mijn oplaadbare e-reader. En daarna ga ik peinzen over de aankomende energierekeningen, lekker warm onder een dikke deken. En nee, die is gelukkig niet elektrisch.

Elektrificatie
Schuiven naar boven