Hof van Duurzaamheid

Bij ons op de hoek wordt gebouwd. En niet zo zuinig ook. Vanaf het begin dat we hier wonen kwamen we onze wijk binnen langs een braakliggende hoek. Een terrein waarop de elementen vrij spel hadden en waarop prachtig bloeiend onkruid groeide. Vanuit mijn zolderkamer had ik ooit uitzicht op een historische boerderij en een grote boomgaard. In de lente dartelden de lammetjes er door de weide en hoorde je er de schapen blaten. Ik redde er zelfs eens een schaap dat met zijn kop vastzat in het hekwerk.

Maar wie het NOS Journaal van maandag 29 november heeft gezien, weet dat er hier iets bijzonders aan het gebeuren is. Ons naastgelegen kleine puntje oerland wordt volgebouwd met 150 woningen: een unieke, aardgasloze en groene woonwijk met 110 appartementen (lees: 4 flats), 7 urban villa’s (lees: 1 woontoren) en 40 eengezinswoningen. Deze laatste 47 worden gemaakt van hout. Volgens de bouwer zorgt “deze schone bouwstijl voor een lagere CO2-uitstoot van het bouwproces, minder transportbewegingen en de mogelijkheid tot verplaatsen en recyclen van de woning”. We zijn vergeten te vragen wat de verwachte levensduur hiervan eigenlijk is.

Er verrijst een ‘Hof van Duurzaamheid’ aan onze Laan van Duurzaamheid. Vrachtwagens rijden af en aan, in plaats van schapen horen we nu achteruitrij-piepjes en bouwgeluiden. Dankzij het prefab bouwproces verschijnt er elke 2,5 dag een nieuwe woning. De flats (pardon, appartementen) reiken elke dag weer een stukje hoger. Tot mijn grote verdriet komen de steigers al tot aan de klok van de naburige kerktoren. Elke dag vrees ik dat de kerk nu echt uit het uitzicht verdwenen is. Het gaat zó hard.

Reden genoeg dus voor het NOS achtuurjournaal om er vorige week een interessant item aan te wijden dat echt leuk is om even terug te kijken (https://bit.ly/3y4z87N). Als toekomstige buren worden wij regelmatig op de hoogte gehouden van de bouwplannen. We hebben de eerste maquettes gezien, die beslist ruimer van opzet waren. We hebben actie gevoerd om het geplande tankstation uit de duurzame plannen te weren, wat uiteindelijk gelukt is. We krijgen af en toe een stenciltje in de bus over de stand van de bouw en met de contactgegevens van de bouwopzichter. De laatste keer zat er zelfs een uitnodiging bij om in de eerste eengezinswoning te komen kijken. Nou, dat laat ik me geen twee keer zeggen!

Afgelopen donderdagnamiddag zetten manlief en ik onze eerste schreden op de totaal verregende en donkere bouwplaats. Heel in de verte zagen we licht in de modelwoning branden, maar voordat we daar waren moesten we dikke plassen en modder trotseren. Het lapje gras dat uitnodigend voor de voordeur was gelegd werd beschermd door een ijzerdraadje waar we in het donker overheen moesten springen om bij de voordeur te komen. Maar toen waren we er eindelijk: in de energiezuinige, CO2-besparende, duurzame woning van de toekomst. Het eerste dat opviel: wat was het warm binnen! En dat terwijl de vloerverwarming nog niet eens aan was. Twee minuscule kacheltjes hielden nu het hele houten huis al op temperatuur. Het tweede dat opviel: het ziet er wel erg Scandinavisch uit zo met al dat hout. Van de toekomstige bewoners wordt verwacht dat ze alle muren in deze onbewerkte staat houden, dus geen leuk kleurtje of behangetje, maar wel legio mogelijkheden om je slingers op te hangen. Het derde dat opviel: van boven tot beneden een enorme glazen achterpui en een immense vide. Oh, daar hou ik zo van: licht en lucht!

Helaas was het uitzicht door de glazen pui zeer beperkt want strak tegen de kleine achtertuin stond de kopgevel van het volgende huizenblok. De open houten trap naar de tussenverdieping ging naar een niet nader gedefinieerde open ruimte waarvan je volgens de bouwers prima een leuke speelkamer of studeerkamer kan maken. En dan was er nog een trap naar de bovenste verdieping waar achtereenvolgens een ‘grote’ slaapkamer, een technische ruimte, een badkamer, twee kleine kamertjes en een gangkast waren gepropt. Punt.

Ik was verbijsterd: beneden was er door de vide zo veel loze ruimte – en hierboven amper leefruimte. Waar gaan de toekomstige bewoners hun was ophangen of überhaupt een wasrekje neerzetten? Waar gaan ze hun ski-, kerst- en kampeerspullen opbergen? Waar gaan ze hun auto’s laten en welke chaos gaan we meemaken als iedereen zich straks in de spits uit het enige uitrit van het wijkje op ons kruispunt werpt? Ik vrees met grote vreze.

Het project is weliswaar een prima zet in de strijd tegen de Amersfoortse woningnood, maar de meeste woningen zijn blijkbaar in handen van grote beleggers. De prijzen die worden genoemd maken me verdrietig. Door de regen stampen we terug naar ons eigen warme huis. Met genoeg opbergruimte, eigen parkeergelegenheid en een heerlijke achtertuin. Waar zelfs nog een schaap in zou passen.

Hof van Duurzaamheid
Schuiven naar boven