Weer op bedrijfsbezoek

En daar was hij dan: mijn allereerste bedrijfsbezoek sinds vorig jaar zomer. Ik ben weer op pad geweest! Weet je nog dat ik een tijd geleden via een vriend de vraag kreeg of ik een Poolse productvideo – die in het Amerikaans was nagesynchroniseerd – kon voorzien van Nederlandse spraak? Nou, dat project is prima afgerond en voortaan praat Poolse Pjotr in Nederland met de stem van mijn collega Peter.

Later vroeg die vriend of ik genegen was om kennis te komen maken op het hoofdkantoor in Den Bosch? Ehh – is dit een vráág? Graag! Ik vind het heerlijk om bij andere bedrijven in de keuken te kijken. Waarom zou hij daaraan twijfelen? Ineens viel het kwartje: corona, sufferd! Mensen blijven thuis en op afstand nu. Dus zei ik tegen hem: “Natuurlijk, wanneer?”

Gister was het zover. Ik had mijn administratie op orde, mooie kleren uitgezocht (niet te chic, niet te shabby), beetje make-up opgedaan, de route berekend, genoeg pennen als presentjes mee en de pinguïn opgeladen. De rit naar Den Bosch kon beginnen.

Precies een uur later draaide ik het parkeerterrein van TZMO op. Een mooie grindbak voor de deur stelde me voor een probleem: was dit een parkeerterrein of een duur aangeharkte Japanse zen-tuin? Het pand was zo mooi wit en licht en modern dat dit ook de rustieke feng shui entree kon zijn. Helemaal aan het einde zag ik echter 2 auto’s op het grind staan en ik kon niet zien hoe ze daar op een andere manier gekomen waren. Dus ik besloot met bonkend hart over het grind te rijden. Voor de ingang langs, voor alle grote ramen langs. Ik voelde me alsof ik een Rembrandt als servetje gebruikte, of de laatste lepels kaviaar weggooide of zo. Maar er kwam niemand woest naar buiten.

Integendeel: vriend Oscar stond me al op te wachten. Heel ongemakkelijk begroetten we elkaar, want corona. Hij bracht me naar de grote vergadertafel waar we met 2 andere inmiddels aangeschoven collega’s heel ruim en veilig konden zitten. Geen mondkapjes gelukkig, maar ook geen stevige handdruk. Wat is dit raar! Maar al snel ging het als vanouds. Mezelf voorstellen aan het bedrijf, horen waar zij mee bezig zijn (hygiëneproducten, cosmetische producten en medische hulpmiddelen), praten over de vorige video en over de video’s die er nog aankomen. En over wat ik op tekstgebied nog meer voor ze zou kunnen doen. Het klikte enorm en binnen no time waren we twee intensieve uren verder. Man wat heb ik dit gemist en wat ben ik het ontwend: praten, luisteren, noteren, vooruitdenken met echte mensen. Oscar gaf me nog een rondleiding door het bedrijf en langs alle producten en toen was het tijd voor een afstandelijk afscheid en mijn tweede afspraak van de dag, ook in Den Bosch. Een hereniging met mijn wandelcoach.

We hadden weer afgesproken bij De Lachende Vis. Zo fijn om haar weer te zien. Maar afstand houden hè; geen handdruk, geen omhelzing. Gewoon “hoi” en een mondkapje op om het terras op te mogen. Mondkapje af tijdens de lunch. Mondkapje op richting toilet. Af tijdens onze wandeling vol diepzinnige en onzinnige gesprekken. Jemig wat is er sinds december 2019 veel met ons gebeurd. Na de wandeling langs de zonovergoten Maas kwamen we terug bij De Lachende Vis. Mondkapje op om een ijsje te scoren, af op het terras. Gék werd ik ervan. Maar het was wel een topmiddag. Met een anderhalvemeter-doei namen we afscheid. Met een hoofd vol indrukken reed ik in de drukke avondspits via Houten naar huis.

In Houten wilde ik nog even kijken voor nieuwe wandelschoenen, ik was nu toch onderweg. Ik stopte op een verlaten parkeerdak op een verlaten industrieterrein. Mondkapje op. De roltrappen brachten me door een verlaten winkelcentrum naar de beoogde outdoor-winkel. Vrijwel geen klant te zien maar toch mocht ik niet zomaar doorlopen naar de schoenen. Ik kreeg een pieper in mijn handen gedrukt (Ieks! Afstand graag!) die aan zou geven wanneer er een verkoper voor me beschikbaar was op de schoenenafdeling. Na een kwartier andere klanten ontwijken en doelloos rondlopen met een mondkapje in een bloedhete winkel was ik aan de beurt. Ik wist precies voor welke schoenen ik kwam, maar die hadden ze niet. De verkoper kwam met de ene na de andere prachtige schoen aanzetten en gewillig trok ik ze aan en liep ik over de speciaal aangelegde trail met uitdagende ondergronden. Een paar schoenen kon ik meteen afstrepen: te lelijk, te stug of te voorgevormd. En toen bleven er twee over waaruit ik echt niet kon kiezen. En ineens had ik het helemaal gehad. Brain overload. Ik kon niet meer kiezen, echt niet.

Met lege handen ben ik naar huis gereden. Langs een kilometerslange file op de A27 en de A28. Hoe lang geleden is dat, een echte file? Bestaat dat weer? Is het einde van deze pandemie dan echt in zicht? Moegekletst en -gedacht kwam ik thuis. Manlief had al getraceerd dat mijn telefoon in aantocht was en had de soep vast opgezet en de tafel gedekt. Ik was blij dat ik thuis was en stapte onnadenkend naar binnen, rakelings langs hem heen. Na een dag lang geforceerd afstand houden stond ik tóch nog ineens pal naast iemand. Ik schrok echt! Maar de volgende seconde realiseerde ik me dat ik gewoon thuis was, in mijn eigen bubbel. En dat ik, na mijn handen te hebben gewassen, hier gewoon mocht kussen ter begroeting!

Weer op bedrijfsbezoek
Schuiven naar boven