Rare

Ik ben een rare, ik beken volledig. Geef mij een weekend vol luxe en het hoogtepunt waar ik echt van oplicht blijkt toch een eeuwenoude houten constructie te zijn.

Ons driedaagse feestweekend begon bij Huize Doorn. Met moeder, zuster en dochter ging ik daar genieten van onze eerste kerstmarkt dit jaar. Het ziet er gezellig uit, met lampjes en vuurtjes en drommen mensen die langs de obligate standjes schuifelen. Standjes vol kerstprullaria die ik toch niet ga kopen en mooie kleding die je daar toch niet kunt passen. Maar ook met fantastische kunstvoorwerpen die ik niet kan betalen en allerlei heerlijks dat ik niet kan eten. Mijn beugel schiet spontaan op slot bij de aanblik van al die homemade fudge, sticky appels, notenmixen en kokosbollen. Wat er dan overblijft zijn de standjes met glimmende sieraden. En die met glühwein.

Al snel krijgen wij behoefte aan zo’n warm glas vol winterse kruiden en specerijen boven een knisperend houtvuurtje. Het is even zoeken, waarschijnlijk dacht de organisatie dat we pas later op de route trek zouden krijgen, maar een heel stuk verderop verkoopt een joviale man warme wijn uit eigen stokerij. In echte glazen, geen plastic of kartonnen bekertjes dit keer. Doet u ons maar vier glazen glühwein dan. “Rood of wit?” Serieus? Witte glühwein? Ik heb er nog nooit van gehoord maar doe er maar eentje dan. Voorzichtig neem ik een nipje van mijn warme witte. Het smaakt als … ik proef … langzaam laat ik de smaak op mij inwerken. Dit is onverwacht heerlijk! Hoopvol kijk ik naar de drie rodewijndrinkers, of zij ook een lekker drankje hebben. Helaas trekken zij geschrokken hun neus op. De ene rode glühwein is duidelijk de andere niet. Maar deze witte is een aangename verrassing!

De volgende twee dagen rol ik van de ene verrassing in de andere. Culinaire, alcoholische, kunstzinnige en architectonische hoogtepunten wisselen elkaar in hoog tempo af. In Museum Beelden aan Zee vergaap ik me aan meer dan manshoge hedendaagse kunst. Binnen – maar ook buiten. Heel ingenieus is het moderne gebouw vervlochten met de historische villa van koning Willem 1. Bij de immense gezichtsmaskers kan ik alleen maar denken: “Hóe dan?” Hoe kan iemand zoiets maken en hoe komt zoveel ton Italiaans Carrara-marmer vervolgens hier binnen? Wat mooi is, is subjectief. Maar verbluffend is het zeker.

Het Kurhaus waar we verblijven straalt diezelfde grandeur uit. Statig, uit vervlogen tijden, in een gerenoveerd jasje. Omdat dochter hier stage loopt en ze geweldige collega’s heeft wordt dit een onvergetelijk bezoek. Als onze groep eindelijk compleet is wordt de jarige zus bij binnenkomst spontaan toegezongen door de portier en de voltallige front office. In onze prachtige kamers staat onder de slingers een fles overheerlijke prosecco klaar. Nadat we deze soldaat hebben gemaakt en de keuze-activiteit (sauna of Mauritshuis) hebben afgesloten met een geweldig diner, is het heerlijk slapen op de nieuwe bedden met het geluid en de geur van de zee op de achtergrond.

De volgende dag staat museum Voorlinden op het programma. De doorzichtige bungalow in het fraai aangelegde park is voor mij al een feest op zich, maar het gaat natuurlijk om de collectie binnen. De speciale tentoonstelling van Picasso boeit me totaal niet. De highlights zoals het zwembad en het realistische echtpaar onder de parasol zijn nog net zo indrukwekkend als de vorige keer en de nieuwste aanwinst ‘Listen to Your Eyes’ – met bijvoorbeeld 3.000 potjes verf, aangeklede boeken, platgewalste zilveren theepotjes en een ‘echte’ kat – is mindblowing. Ik hou er zo van. Dat mensen dit kunnen bedenken en uitvoeren!

Maar het absolute hoogtepunt? De privérondleiding van dochter achter de schermen van het Kurhaus. Met alle inside verhalen over de renovatie, de schilderijen, het nieuwe marmer, de prachtige zalen en de chique suites. Ook mogen we een blik werpen in de industriële keukens. En last but not least: het geheime deurtje door op weg naar de top van de koepel.

Daar gaat mijn hart wel sneller van slaan. Na het deurtje wringen we ons langs belangrijke installaties waarvan de bouwtekeningen keurig rol aan rol ernaast liggen opgeslagen. Nog een deurtje en dan staan we in een historisch paleis. Ontdaan van alle glitter en glamour troont hier de binnenkant van de buitenkoepel hoog boven ons uit. Aan onze voeten de kwetsbare glas-in-lood binnenkoepel. Dikke balken boven ons vormen een fragiel luciferkasteel. Deze massieve kolos oogt tegelijk zo breekbaar. Brandbaar. Dochter vertelt over de gekleurde lampen voor de speciale lichteffecten door de glazen koepel eronder. Over de doeken die het buitenlicht moeten tegenhouden. Over de speciale trap waar alleen gecertificeerd personeel gebruik van mag maken – om de vlag in top van het Kurhaus te hijsen.

Wie wil mag via een steile ladder naar de bovenste omgang klimmen. En daar, op het vrijwel hoogste puntje van het Kurhaus, tussen de eeuwenoude binten en gammele loopplanken, moet ik ineens enorm grijnzen. Hier kan wat mij betreft geen kerstmarkt, moderne kunst of prosecco meer tegenop!

Rare
Schuiven naar boven